LILLITH; DE DONKERE KANT VAN DE VROUW




In ons collectieve bewustzijn liggen de verhalen en archetypes uit de oudheid opgeslagen. Onze mythes, sages en sprookjes zijn boodschappen van onze voorouders in symbooltaal.

We zijn geneigd om deze verhalen naar buiten te projecteren en dan zijn het al snel fabeltjes of fantasieën. Ze krijgen pas echt inhoud als we bereid zijn om ze te zien als een reflectie van onze binnenwereld. Dan pas zien we hoe er geen plek is voor onze ziel, sneeuwwitje in het paleis van het ego, de boze koningin. Dan pas wordt helder hoe we tijdens onze groei zeven chakra's moeten activeren (de dwergen) en hoe we door een stervensproces moeten bewegen om door onszelf wakker gekust te worden. Die voorouders van ons waren zo gek nog niet, ze hebben verhalen doorgegeven die `alleen kunnen worden verstaan door diegenen die eraan toe zijn en bereid zijn te reflecteren.


De bijbel staat bol van de verhalen met oersymboliek. Vanuit de wetenschap is bewezen dat deze verhalen veelal door ongeletterde boeren zijn gekopieerd. De kans is dus groot dat we teksten lezen die weinig meer te maken hebben met het origineel. Het bijzondere aan symbooltaal is dat dit helemaal niets uitmaakt. We krijgen namelijk precies de symbolen die we nodig hebben op dit moment in de tijd. Alle manipulaties en verdoezelingen zijn deel van het verhaal.


De grootste verdwijn-act uit de geschiedenis staat op naam van het patriarchaat. Vanuit mannelijke dominantie hebben we als een soort Hans Kazan de oervrouw weggetoverd en vervangen door Eva. De eerste vrouw van Adam was echter Lillith. Zij is levend gebleven in de Zohar, een van de obscure boeken van de Kabbalah. Weggemoffeld door het patriarchaat is zij nu bezig met een comeback in een tijd dat het vrouwelijk principe zo hard nodig is. Wie is deze vrouw en wat komt er tevoorschijn als je haar 'verhaal' op je binnenwereld betrekt?


Daarvoor gaan we terug naar de symbiotische staat van eenheid waar we allemaal uitkomen. In die eenheid is alles aanwezig en er ontbreekt ons aan niets. Een staat van zijn die we kennen vanuit de baarmoeder. In die hof van Eden is een mannelijk principe (Adam) en een vrouwelijk principe (Lillith) en die zijn gelijkwaardig en in balans. Tot het moment dat in het mannelijke een idee geboren wordt dat er meer moet zijn dan eenheid en er een verlangen komt naar afsplitsing en vrijheid als individu. Dat is het moment dat Adam gaat klagen bij Jaweh en zoiets zegt als...'hey God, ik vind alles leuk en aardig maar die vrouw domineert alles en wil ook nog de hele tijd bovenop met de seks, ik voel me verstikt en ik zou het heel fijn vinden om met een vrouw te zijn die meer onderdanig is'. Uit zijn rib wordt een 'aangepaste' vrouw tevoorschijn getoverd die de woeste wildheid van Lillith niet kent. We moeten de navelstreng met de oer-moeder verbreken om als individu het leven in te gaan.

Daarvoor hebben we een vrouwelijk deel nodig dat niet direct verbonden is met de eenheid. De Eva in ons leert zich gedurende onze opvoeding aanpassen aan de mannelijke krach