JE HEBT GELIJK


Hij staat recht voor me. We staan oog in oog, hij half gedraaid waardoor ik de lege wodkafles die hij als slagwapen wil gebruiken niet kan afpakken. Hij is dronken en door-gesnoven en zijn vechtlustige vrienden willen niets liever dan dat hij mij een vernietigende klap geeft. Ik weet dat hij een vechter is en aan zijn houding kan ik zien dat hij het meent. Ik kijk in zijn ogen en ik voel echt geen angst. Helemaal niets want wat ik zeg is zo diepgemeend dat er geen verweer tegen mogelijk is.


Ik neem je even mee naar het Vondelpark. Het is juni 2008. Mijn neef is jarig en we hebben met een aantal vrienden besloten om zijn feest te vieren in het park. Maar het regent dus zoeken we een droge plek op onder de overkapping van het parktheater. De sfeer is onheilspellend net als de grijze lucht. Het lijkt het decor van een soort nachtmerrie. Er zit een smoezelige zwerver met een jonge kauw op zijn arm. Er is een ekster die de man en de kauw aanvalt. Ik zie hoe de kleine zwarte vogel onder de jas van de man dekking zoekt. Het is een grimmige situatie die omlijst wordt door donkere silhouetten van zwervers met tassen en een excentrieke gek die in een wit gewaad in het midden van al dat donkers met een glimlach zit te mediteren. Het is een soort droom maar dan echt.


We proberen met het kleine groepje verjaardagsgasten de sfeer voor de jarige plezierig te houden door heel 'normaal' te doen. Je kent het wel, situaties waarin mensen zo normaal gaan doen dat je weet dat er iets niet pluis is. Net als we iets meer op ons gemak raken horen we rauwe stemmen schreeuwen. Vijf dronken en duidelijk doorgesnoven mannen

staan op de tribunes aan de overkant te stampen en slingeren harde verwensingen naar ons podium. Ze zoeken ruzie en gillen iets naars over homo's, over onze moeders en zusters en over ziektes die ze alle Amsterdammers toewensten. Met een sussend gebaar probeerde ik ze tot kalmte te manen.


Niet slim, dit is natuurlijk precies het gebaar waarop ze gewacht hebben. De rode lap die de stier beweging zet. Dit wordt vechten. Ik zeg tegen mijn vrienden 'het is tijd om te gaan, het wordt knokken', met een soort vanzelfsprekendheid antwoorden ze 'we laten ons niet wegjagen, we blijven zitten'. Het kan nog een memorabele verjaardag worden denk ik terwijl ik met mijn rug naar de agressors gehurkt op het podium zit. Ze staan op drie meter afstand

tegen mijn rug te schreeuwen. Iets over de grootte van mijn geslacht, de orale kwaliteiten van mijn zus, de miezerigheid van mijn voorkomen. Er gebeurt niets omdat niemand op het podium reageert. Het krijgt ineens iets pathetisch, het wordt een beetje zielig en dat maakt dat de leider van de groep besluit om met de lege wodkafles in de hand het podium op te klimmen om serieus schade aan te gaan brengen.


Dan gebeurt het. Ik sta op, ik draai me om, ik sta oog in oog met de agressor en herinner me op dat moment de les van een zen meester die stelt dat iedereen gelijk heeft. Ik hoor mijzelf tot mijn eigen verbazing gemeend zeggen terwijl ik hem in de ogen kijk 'je hebt gelijk'. Ik zie hoe hij even uit balans raakt en zich herpakt en me toesnauwt 'jij bent een klootzak, vuile vieze flikker' en weer hoor ik mijzelf oprecht zeggen 'je hebt gelijk'. Hij zegt 'je pist in je broek slappeling ik ga je rammen', ik zeg weer helemaal gemeend 'je hebt gelijk'. Hij stapt een halve stap terug. Zijn vrienden die zien dat de situatie de-escaleert proberen olie op het vuur te gooien en schreeuwen 'sla hem op zijn smoel die vuile klootzak'. Ik hoor mijzelf weer zeggen 'je hebt gelijk' en ik zie hoe zijn ogen in mijn ogen speuren naar het allerkleinste bewijs dat ik hem voor de gek hou. Dat is er niet want ik meen het oprecht, 'je hebt gelijk'. Met een hele knoestige omhelzing die iets zou moeten zeggen als 'het was maar een grapje' draait hij van me weg en zegt tegen zijn vrienden 'we gaan'.


Het is doodstil op het podium als de mannen ineens verdwenen zijn. Iedereen heeft ademloos het tafereel gevolgd. Ineens spring de mediterende man met het witte gewaad op en schreeuwt met een heerlijk Surinaams accent 'we hebben het geflikt, dit was de initiatie, we zijn er niet ingetrapt, we hebben het gedaan'. Alle aanwezigen op het podium beginnen te klappen en te juichen. We weten geen van allen wat we precies geflikt hebben maar het voel